On  file

Villa Media

banner_ijnet.jpg

 

 

logo_democratie_en_media_advertentie.jpg

video's


kibret3.jpg
  ‘Ik denk elke dag aan Ethiopië’   Een film van: Farshad Aria ‘Ik denk ...

nieuws


romantisch_volk.jpg
Verslag uit een Iraakse oliestad Met foto’s van Eddy van Wessel   Uitgeverij Atlas publiceerde op 26 Augustus 2010 Een romantisch ...
Geen cyber-moskee maar een ruimte voor debat Een groep Nederlandse moslims lanceerde op 21 juli de website nieuwemoskee.nl, een islamitisch ...

Home columns Vrijheid in Irak
Vrijheid in Irak PDF Print E-mail
Nian Bakal   
Saturday, 08 May 2010 18:12

'Schrijf niet alles op wat je weet'

Uit een gebrek aan vrijheid en uit angst voor de staat vluchtte Nian Bakal met haar familie uit Irak naar Nederland 15 jaar geleden. Onlangs keerde Bakal terug en ze ontdekte dat vrijheid nog steeds niet vanzelfsprekend is. Zeker ook niet als journalist. Een persoonlijk verslag.

   

In mijn oude Irak, dat wil zeggen het Irak van Saddam Hoessein, bestond er geen enkele vorm van vrijheid. De angst voor de staat was bij iedereen aanwezig en als kind voelde ik dat vooral bij mijn ouders. Over politiek werd buitenshuis bijna nooit gesproken en als ik af en toe met mijn vader op pad ging en hij met zijn vrienden in een politiek getinte discussie verzeild raakte, dan fluisterde hij: ‘We praten later daar nog over.’

Toen mijn moeder een Engels universiteitsboekje uitbracht met haar studenten over ‘Democratie & Dictatuur’, werd haar naam prompt door het oude regime op een zwarte lijst gezet. Democratie in Irak heeft nooit bestaan en daarmee ook de vrijheid van meningsuiting niet. En toch begreep ik toen de angst en de voorzichtigheid van de Iraakse bevolking niet: Waarom kon men niet in opstand komen om de mening te uiten? Waarom was het toch zo erg om te zeggen wat je dacht? Mijn oom heeft dat ooit eens geprobeerd, onder het mom dat vrijheid van meningsuiting een fundamenteel recht is. Hij verdween van de ene op de andere dag. Mijn familie vond hem gelukkig wel terug, maar halfdood. Hij was zwaar mishandeld en zijn benen waren verbrijzeld. De mannen van Saddam Hoessein hadden hem met een hamer toegetakeld. Toen pas drong het tot me door dat vrijheid van meningsuiting niet vanzelfsprekend is. Mijn oom moest er op de harde manier achterkomen.

Net als in de film
‘Het is hier geen Nederland, schrijf niet alles wat je weet’, en ‘je wordt in de gaten gehouden als ze je ergens van verdenken’ en ‘ze kunnen je van de aardbodem laten verdwijnen als je ze in de weg zit’. Het zijn niet bepaald de juiste woorden die je wilt horen als je met heel veel zin een start maakt aan je journalistieke carrière in je geboorteland. Ik had zin om aan de slag te gaan en te schrijven over misstanden in de maatschappij, om bepaalde taboeonderwerpen bespreekbaar te maken in de Koerdische regio en om politieke verhalen te schrijven over de situatie in Irak. Saddam was weg, er werd gesproken over democratie en vrijheid; ik had hoop.

Al de waarschuwingen geloofde ik tot op zekere hoogte, maar dat het er echt zo aan zou toegaan, kon ik moeilijk geloven. Dat gebeurt alleen in films, dacht ik. Na 15 jaar doorgebracht te hebben in Nederland, in alle rust en veiligheid, in een land waar de vrijheid van mening vanzelfsprekend is en waar menig discussie over persvrijheid is gevoerd, kan ik zeggen dat ik de situatie in mijn geboorteland volledig heb onderschat. Ik was mijn alertheid kwijt geraakt voor gevoelige zaken; de alertheid om voorzichtig te zijn, dat wat mij tijdens mijn jeugd was aangeleerd. Ik was vergeten dat ik mij in Irak bevond; een land waar de vrijheid van meningsuiting niet vanzelfsprekend is.

Politiek en journalistiek
Politiek en journalistiek lopen door elkaar in Koerdistan, de regio waar ik voornamelijk verblijf. Onafhankelijke media vormen een uitzonderlijk verschijnsel, want  de media zijn partijgebonden en kennen geen onafhankelijke boodschap. Bijna elke partij heeft zijn eigen krant, radio en soms een televisiestation. De journalisten die werkzaam zijn bij de partijgebonden media zijn niet zelden neutraal, niet kritisch over de eigen partij, kennen de journalistieke principes van hoor en wederhoor niet en kunnen bovenal niet in vrijheid werken. Enkele uitzonderingen daar gelaten.
‘Ik kan niet alles schrijven wat ik wil’, beantwoordt mijn collega journalist als ik hem vraag of hij vrij is in wat hij schrijft. ‘En dat is de reden waarom ik nog niet klaar ben om bij jullie te werken’, leg ik hem uit. Elke keer vraagt hij zich af waarom ik niet voor zijn media wil werken en elke keer krijgt hij hetzelfde antwoord. Hij is van mening dat ik door mijn Koerdische achtergrond en mijn ervaringen in Nederland wat zou kunnen toevoegen aan de redactie. Ik deel die mening, maar ik zou niet onder de zware restricties kunnen leven.

In Nederland zijn we vrij om te schrijven over wat we willen, we mogen kritiek leveren en er worden debatten gevoerd waarin men over allerlei onderwerpen kan praten. Mijn collega begrijpt het wel. Ook hij worstelt soms met het idee om weg te gaan, naar een plek waar er meer vrijheid bestaat. Hij ziet binnen de eigen partij veel misstanden waar hij niet over kan schrijven. Soms levert hij een artikel onder een pseudoniem aan een onafhankelijke krant die het voor hem publiceert. Hij krijgt kippenvel als hij lezers over zijn stuk hoort praten. Volgens hem hechten de lezers in Koerdistan veel waarde aan een goed en objectief geschreven stuk. ‘Zij weten immers ook wel hoe het zit, alleen praat niemand er openlijk over.’ Het maakt duidelijk dat er angst heerst onder de mensen en zo bereikt de staat precies wat ze wil, namelijk dat journalisten en de media de politieke misstanden niet naar buiten brengen. Andere media zijn weer afhankelijk van sponsoren waardoor zij hun onafhankelijke verslaggeving verliezen. Het is duidelijk dat de regering een stevige greep heeft op de maatschappij en haar instellingen.

De Iraakse jongeren wordt al snel geleerd zich te voegen bij een partij die hun toekomstmogelijkheden kan vergroten. Wie bijvoorbeeld aan de universiteit studeert om lerares te worden, heeft meer kans op een baan als hij/zij zich aansluit bij een partij. Als lid krijgen zij voorrang op een baan boven anderen. En zo is bijna de hele samenleving lid van een partij en daarmee in de macht van de regering. Vrijheid om keuzes te maken en vrijheid om te spreken, wordt hierdoor drastisch beperkt. Maar ondanks al deze ontwikkelingen zijn mijn collega journalisten ook wel positief over de toekomst. Zij voorspellen dat er een dag aan zit te komen waarin de pers eindelijk haar vrijheid kan vieren.

Intimidatie
Hoe snel die dag komt, hangt af van een aantal gehaaide journalisten in de regio. Sommigen van hen werken bij de onafhankelijke kranten in Koerdistan die goed worden gelezen, maar die ook met veel tegenstand te maken krijgen vanuit de politiek en de veiligheidsdiensten. Regelmatig worden er journalisten opgepakt, mishandeld en sommigen worden ontdaan van hun apparatuur. Zo werden afgelopen maand de journalisten het werk bemoeilijkt toen zij een confrontatie wilden verslaan tussen middelbare scholieren en politie-eenheden. Als een journalist niet persoonlijk wordt aangevallen, dan is een familielid wel een doelwit. Ik heb persoonlijk meegemaakt dat familieleden werden lastiggevallen, dat ze werden bedreigd. Andere collega’s hebben hun echtgenoten ontslagen zien worden, of hun broers uit het dorp gezet zien worden of kregen elders een baan aangeboden. Een collega-journalist: ‘Het zijn allemaal manieren om ons dwars te zitten. Soms proberen ze ons bang te maken.’ Ik vertel mijn collega over mijn ervaringen met figuren die me lastig vallen. ‘Mijn vriend is tientallen malen in elkaar geslagen’, vertelt hij mij weer, ‘maar ze kunnen hem niet monddood maken. Hij is moedig en hij gelooft in de persvrijheid. Journalisten worden hier fysiek en psychisch kapot gemaakt, je moet sterk in je schoenen staan om je dat niet aan te trekken.’ 
 
Daarbij moet echter gezegd worden dat de journalistiek in Koerdistan nog altijd beter is dan in de rest van de regio, maar dit mag het feit niet goedmaken dat er nog steeds hard wordt opgetreden tegen de Koerdische journalisten. De persvrijheid in Koerdistan heeft nog een lange weg te gaan. Er bestaan nog teveel beperkingen. Een journalist moet vrij zijn om te schrijven over wat hij wil en hij moet vrij zijn om te onderzoeken wat hij wil.

Niet iedereen accepteert kritiek en de vraag is hoeveel risico een journalist moet nemen om een verhaal te maken of om de waarheid aan het licht te brengen. In een land waar men naar de mond praat van de machthebbers is het moeilijk om de waarheid te achterhalen, en als je dan de ‘waarheid’ denkt gevonden te hebben, wie zegt dan dat dat ook echt de waarheid is?

Het enige wat wij, als journalisten, kunnen doen is te proberen om zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen en daarover te berichten. In landen waar de persvrijheid niet wordt geaccepteerd zal men de verslaggeving proberen te censureren. Het is dan aan de journalist om te bepalen hoe hiermee om te gaan. Gaat deze het gevecht aan met de gevestigde orde die alles zullen doen om de persvrijheid van de journalist te onderdrukken of zal deze uiteindelijk bezwijken uit angst voor de persoonlijke veiligheid en die van zijn naaste familie?
De rechten waarmee ik in  Nederland ben opgegroeid, zijn nog lang niet vanzelfsprekend in de rest van de wereld.

In samenwerking met Wereldjournalisten

 

 

 

meer op ex Ponto


laatste columns


Nafiss Nia
  Getrouwd en ongelukkig? ‘Een gescheiden vrouw is een cadeautje, een getrouwde ...
Antonije Zalica
Jubilees #4 – 30 years after Tito died and left us alone Antonije Zalica “My mum ...
Nafiss Nia
  Seks voor het huwelijk -Heb je een vriendje? -Nee, zegt ze resoluut, maar ...
Nian Bakal
  'Schrijf niet alles op wat je weet' Uit een gebrek aan vrijheid en uit angst voor ...