Als Oezbeekse mahalla's in rook opgaan PDF Print E-mail
Sharif Ahmedov   
Thursday, 15 July 2010 17:11

Een verre tragedie in een ver land

Vanaf 10 juni tot op de dag van vandaag is de Oezbeekse gemeenschap in shock. Vanaf 10 juni tot op de dag van vandaag kunnen Oezbeken niet de juiste woorden vinden om hun afgrijzen te uiten over het nieuws dat de gemeenschap schokte. Terwijl de wereld naar voetbal keek, werden de steden Osh en Jalalabad tijdens een paar dagen gedompeld in bloed, de verkoolde resten van kinderen en ouden van dagen en de stank van verbrande huizen.

 

Terwijl sommigen tranen plengen omdat hun elftal heeft verloren, worden in een ver land met de vreemde naam Kirgizië jonge meisjes voor de ogen van hun ouders verkracht en met messen opengereten. Terwijl de wereld Israël veroordeelt voor de aanval op de "Vloot van Vrijheid", worden in dat verre land mensen levend verbrand. Een man in vlammen tracht te vluchten voor zijn beulen, iemand rent tot een schop hem velt en de menigte joelt: "Sarttarg’a Olum!” (Val dood, Oezbeken!)

Toen alles voorbij was, keek de wereld. Het zag in de verte een wolk van rook die opsteeg uit de ruines van de Oezbeekse mahalla’s (wijken). Pas toen besteedde de internationale pers aandacht aan die verre tragedie in dat verre land. Een paar alinea's, niet meer. Volgens een ruwe schatting vielen in de regio's Osh en Jalalabad omstreeks drieduizend etnisch Oezbeekse doden en twee keer zo veel gewonden. Meer dan vierhonderdduizend mensen waren gedwongen te vluchten naar buurland Oezbekistan, maar aan niet allen werd asiel verleend.

Ik begrijp het niet
Sommige van mijn collega’s zeggen dat je de westerse samenleving voortdurend moet voeden met informatie om interesse te wekken voor de situatie in Oezbekistan en de regio als geheel. Maar zijn in dit geval de aantallen alleen al niet genoeg om de internationale pers de noodklok te doen luiden over een tragedie als deze, waarbij een heel volk op het punt staat vernietigd te worden door de meerderheid in het land? Dat begrijp ik niet.
 
ls we over tragische gebeurtenissen zoals in Kirgizië schrijven, is het handig om zo’n woorden te gebruiken als "etnische conflicten" of "interetnische spanningen". Maar in feite, als we ons ontdoen van dit soort termen, grenst wat er gebeurt aan genocide, de poging tot totale vernietiging van de etnische Oezbeken. Het is oorlog, zeggen sommigen. Maar oorlog voer je met een gelijkwaardige tegenstander. Van gelijkheid is hier absoluut geen sprake. Ongewapende etnische Oezbeken in het zuiden van Kirgizië werden met hele families, zelfs hele dorpen tegelijk verdreven of over de kling gejaagd. Van steden als Osh en Jalalabad, waar vooral etnische Oezbeken woonden en waar eeuwenlang de Oezbeekse beschaving bloeide, zijn nu nog slechts ruïnes. Misschien is het oorlog, maar dan wel een eenzijdig oorlog. Oorlog van tot de tanden gewapend Kirgiziers, gesteund door Kirgizische veiligheidstroepen en militairen, tegen Oezbeken met gereedschappen en stokken. Voor de wereld is het een “punt van zorg”, en men “roept op tot vrede”. Dat begrijp ik niet.

Dezer dagen wordt het Oezbeekstalige internet overspoeld door verslagen over de tragische gebeurtenissen in het zuiden van Kirgizië. Foto's en videobeelden van kinderen die aan stukken zijn gescheurd, in brand gestoken huizen met daarvoor de witte beenderen van de bewoners. Ik ontbeer de kracht om al die verhalen over onvoorstelbare wreedheden te lezen. Mijn ogen weigeren door mijn totale wanhoop en onmacht. Hier: een Russische vrouwe vertelt huilend hoe een grote Kirgies het huis van haar buurvrouw binnendrong en de zwangere vrouw naar buiten sleepte. Eromheen staat een menigte. Haar kwelgeesten slaan haar met haar hoofd op het asfalt, terwijl het publiek die onheilspellende kreet herhaalt: "Sarttarg’a Olum!" Als ze gekalmeerd zijn, is haar buik opengereten en, o verschrikking, de ongeboren baby eruit gescheurd. Het kind klampte nog zich vast aan de navelstreng. Dan zet het beest zijn voet op haar buik, pakt de vrucht en gooit die in de menigte. Iemand schopt, opnieuw die veelstemmige kreet. Sindsdien, zegt de Russische vrouw, loopt de moeder van die arme Hosiyat, die bij haar thuis was ondergedoken, door de straten en zingt een treurige liedjes. Ze is gek geworden.

Toen waren wij, in Nederland wonende Oezbeken, nog te geschokt voor dat soort verhalen. Maar sindsdien proberen we de wereld erover te vertellen en te protesteren. De politie beveelt ons beleefd maar resoluut een paar foto’s te verwijderen. “Het kan traumatiserend zijn voor de toeristen. Dat is niet wenselijk.” Dat begrijp ik niet.

De geschiedenis herhaalt zich
Mijn volk lijdt al lang. De geschiedenis herhaalt zich keer op keer. De laatste massamoord van Oezbeken in het zuiden van Kirgizië is helaas niet de eerste. Precies twintig jaar geleden, toen de Sovjet-Unie in zijn laatste dagen was, ontvouwde zich in de maand juni in Osh een drama. Een door provocateurs tot misdadigers opgefokte menigte zette Oezbeekse wijken in brand, vermoordden Oezbeken. Het lijden was grenzeloos. Kirgiezen staken huizen van hun Oezbeekse buren in brand, met het gezin er nog in. Volgens officiële gegevens kwamen 1200 mensen om.

Ik lees de artikelen over de gebeurtenissen van toen, en zie geen verschil met het heden, behalve de kloof van twintig jaar tussen de tragedies.

Ik ben niet de eerste die het zegt: de Oezbeken staan al heel lang bekend om hun grote hart, gastvrijheid en tolerantie. Ze vergeten onrecht relatief snel, en we zeggen altijd dat “vrede het allerbelangrijkste” is. Men zou denken dat na twintig jaar de wonden min of meer zouden zijn geheeld. Maar nee, de bloedige geschiedenis herhaalt zich. Weer de rivier van bloed, die zee van lijden. En niemand kan garanderen dat aan dit bloedbad niet de zonen deelnamen van de klootzakken die twintig jaar geleden met dezelfde triomfantelijke kreten weerloze vrouwen, kinderen en ouden van dagen afslachtten of levend verbrandden.

Precies vijf jaar na de vorige brak in april van dit jaar in Bisjkek de revolutie uit. In een ogenblik werd Bakievs regime weggevaagd, dat zelf aan de macht was gekomen na de "Tulpenrevolutie" in maart 2005. Zoals bekend brak na de eerste revolutie in de stad Andijan, die direct aan Kirgizië grenst, een opstand uit tegen het regime van Karimov. Die werd echter in bloed gesmoord. Velen droomden dat er na de tweede revolutie in Oezbekistan iets zou gebeuren, dat het gehate regime van Karimov zou worden vervangen. Sommigen schreven lovend over de nieuwe revolutionairen in Kirgizië en bewonderden hun moed. De daaropvolgende ontwikkelingen toonden echter de ontoereikendheid en onbekwaamheid van de nieuwe heersers aan. De interim-regering heeft, hoewel ze steeds tegenovergestelde verkondigt, geen controle over de situatie in het grootste deel van het land.

Het resultaat van dit politieke amateurisme werd spoedig duidelijk. Wat we nu in Bishkek zien zijn misschien inderdaad de intriges van de afgezette clan of zelfs van internationale terroristen. Maar wat er ook op de achtergrond speelde, de autoriteiten besloten de etnische kaart te spelen. Opnieuw werden de Oezbeken geselecteerd. De gevolgen van deze keuze kan een gewoon Europees burger zich niet voorstellen: de inheemse, Oezbeekse bevolking van Zuid-Kirgizië stond op het punt vernietigd te worden.

Stil verraad en comfortabele stilte
De hulp aan hun verwanten vanuit buurland Oezbekistan benaderde het absolute minimum,  maar niettemin vluchtten honderdduizenden over de grens. Het meest verontrustende is dat de vluchtelingen worden gedwongen terug te gaan naar dezelfde hel waar gisteren hun gezinnen wreed werden verwoest. Stil verraad. Niemand kan garanderen dat de Oezbeken die nu teruggaan niet nogmaals worden aangevallen. Ondertussen voeren Kirgizische veiligheidsdiensten "onderzoeken”  uit, maar uit alle resultaten blijkt dat ze de schuld voor de ramp op de slachtoffers willen afwentelen. De sporen van actieve deelname van het leger tijdens de etnische zuiveringen worden uitgewist.

In plaats van de noodklok te luiden, is de wereld op enkele oproepen en verklaringen na stil. Ondanks serieuze oproepen van mensenrechtenorganisaties, en zelfs van de Franse ambassadeur voor de mensenrechten François Zimeray, die tijdens zijn bezoek aan Kirgizië eind juni verklaarde dat er een “Misdaad tegen de menselijkheid is begaan,” bleef het stil.  Comfortabel stil.

Ik ken maar twee mensen die Dzjengiz heten. De eerste was de onbarmhartigste veroveraar in de geschiedenis van de mensheid. De tweede Dzjengiz is de schrijver Chingiz Aytmatov, de trots van alle Turkse wereld. Zijn onsterfelijke werken bezongen de vriendschap,  de liefde voor alles wat leeft, de droom van verheffing van de mensheid. Bij leven werd hij bewonderend "de grote Kirgiziër" Genoemd. Als hij nog had geleefd, had hij al dit geweld, deze barbarij, gepleegd door de zonen en dochters van zijn land, waarschijnlijk niet kunnen verdragen. Hij had deze onwaardige menigte met hart en ziel vervloekt.

 

 

Last Updated on Thursday, 15 July 2010 23:56